Nederlandse Loterij Clubcompetitie Mannen

De moed erin houden in tijden van corona


Teams waren net vol in gang geschoten, toen er op de rem getrapt werd als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus. Wat begon met een tijdelijke periode zonder wedstrijden, kent nu een veel langer tijdsverloop. Wat doen ploegen uit de Nederlandse Loterij Clubcompetitie om het teamgevoel te behouden? We vroegen het Arthur van Dam (Wieler Ploeg Groot-Amsterdam) en Ceciel van Dongen (De Jonge Renner).

‘Wacht even tot vrijdagavond, dan stuur ik wat foto’s van onze virtuele bijeenkomst” zegt Arthur van Dam, die vanuit het Overijsselse Giethoorn de hoofdstedelijke wielerploeg aanstuurt. “We proberen de stemming erin te houden met bijvoorbeeld een wielerquiz, waarbij prijzen te verdienen zijn van onze sponsoren Vittoria en Natusport. Een soort vrijdagmiddagborrel middenin het seizoen, maar je wil toch een beetje de groep bij elkaar houden. Elke twee weken doen we dat door middel van een conference call en je hebt natuurlijk ook daarbuiten wel contact met renners die daar behoefte aan hebben. Ik moet zeggen dat ik van motivatieproblemen bij de jongens nog weinig merk. We werken natuurlijk met een jonge groep van renners, die allemaal de droom hebben verder te komen in hun sport. Die ambities blijven.”

Van Dam steekt de gesprekken met zijn renners positief in. “Ik kijk echt naar de mogelijkheden die er zijn en deel dat ook met de renners. Op de kalender staan nog tal van mooie wedstrijden die we zouden kunnen rijden. Ons budget is nauwelijks nog uitgegeven voor dit jaar, dus als we weer gaan koersen, dan kunnen we ook volop naar het buitenland. In Italië heb ik nu voor dit najaar een blok wedstrijden staan, daar gaan we dan met al onze beloften naar toe en die zetten we dan om beurten in. In combinatie met iets van een trainingskamp. Ik vind dat je de sporters perspectief moet bieden. Wielrenners willen doelen stellen en het is mijn taak om die stip aan de horizon aan te reiken. Te zorgen dat ze kunnen koersen als we weer mogen rijden. In Italië, Frankrijk en Polen, maar ook in eigen land, waar wedstrijden als de Omloop van Valkenswaard en de Eurode Omloop nog staan. En hopelijk ook nog een staartje van de Nederlandse Loterij Clubcompetitie. Een finale zonder voorronden, het zou zo maar kunnen. Ondertussen vermaken onze renners zich met trainingen maar ook met de virtuele beloftencompetitie die SEG Racing Academy heeft op gezet. ”

Stevig fundament

Ceciel van Dongen is achteraf blij dat er bij De Jonge Renner vooral een stevig fundament gelegd is voordat het seizoen begonnen was. “We waren in november al begonnen met groepstrainingen. Daar kwamen later nog een trainingsstage in Spanje en een groepssessie met een sportpsycholoog bij. Wij hechten bij De Jonge Renner erg aan het samen presteren, samen doelen nastreven. Dus daar was al met al wel echt in geïnvesteerd. Maar vervolgens reden we natuurlijk maar een paar wedstrijden en moet je dat gevoel op afstand vast zien te houden. Onze ploegleider Jo Bouwens belt met alle renners, maximaal één keer in de twee weken. De jongens hebben ook contact via de app met elkaar en ook bij mij kunnen ze terecht als dat nodig is. We merken wel dat de één zich nu gemakkelijker kan motiveren dan de ander. Motivatie komt toch vaak voort uit het toeleven naar bepaalde doelen. Die doelen liggen nu met de grens van 1 september wel heel ver weg” aldus Van Dongen, die als leidinggevende in een ziekenhuis ook de andere kant van de medaille goed kent. “Vooral bij ons in Brabant – waar de ziekte toch het hevigst heeft gewoed – is wel duidelijk geworden dat dit een heel ernstig probleem is. Maar ook hier wordt het rustiger op de Intensive Care, laten we hopen dat dit aanhoudt.”

Vorig jaar won De Jonge Renner de Nederlandse Loterij Clubcompetitie met Ramon van Bokhoven

Ook bij De Jonge Renner proberen ze de motivatie te behouden. “In ons eigen district kunnen op initiatief van de districtstrainer renners een tijd neerzetten op een bepaald traject om zichzelf toch nog wat uit te dagen. En renners die het even lastiger hebben, die kunnen door een trainingsmaatje opgepept worden. Soms rijden ze met twee en dan is het de één en dan weer de ander die dan even weer wat motivatie kan geven. Als het echt lastig wordt met die motivatie dan kunnen ze nog bij onze psycholoog terecht. Ik denk dat het lastigst is – en dat geldt voor iedereen in de maatschappij denk ik – dat je niet weet wanneer het precies eindigen gaat allemaal. Maar ook wij houden de moed erin. We hopen dat we in september weer kunnen koersen en nog iets van dit jaar kunnen maken. Dat geldt ook voor de Ronde van Midden-Brabant, onze thuiskoers. Die staat nog altijd op de kalender en die hopen we te verrijden. Je moet ergens aan vasthouden.”

Delen